Daar zaten we dan. Zondagmiddag, 17.00 uur op Schiphol. Na maanden van voorbereiden, regelen, inpakken, stressen, nog eens controleren en vervolgens nóg een keer controleren, was het eindelijk zover: de reis naar Australië ging beginnen.
Het stuk van het afscheid nemen thuis sla ik over, daar kun je je zelf wel een voorstelling van maken..
Bij binnenkomst zagen we direct een paal waar je je kon melden voor assistentie. Dat gaf meteen een geruststellend gevoel. “Kijk,” dachten we, “ze hebben dit helemaal onder controle.”
Om kwart voor zes kwam inderdaad iemand van Schiphol ons ophalen. Anja duwde een kar vol koffers, ik zat in de rolstoel, en samen gingen we op weg naar de Etihad-balie.
Het inchecken verliep verrassend soepel. De medewerker probeerde nog te regelen dat onze koffers rechtstreeks naar de Gold Coast konden worden doorgelabeld. Helaas gooide het feit dat onze laatste vlucht door een andere maatschappij werd uitgevoerd roet in het eten. Daardoor moesten we later in Sydney onze koffers opnieuw ophalen en inchecken.
Maar goed, eerst richting douane.
Ik voelde de spanning al een beetje toen mijn handbagage van de band werd gehaald. “Daar gaan we,” dacht ik. “Ze hebben vast vragen over mijn medicatie, injecties of één van mijn andere medicijnen.”
Mis.
De reden van alle commotie bleek een ienieminie-spelletje te zijn dat ergens onderin mijn tas zat verstopt.
Een spelletje.
Niet de medicijnen waar een halve apotheek jaloers op zou zijn, maar een klein spelletje.
De medewerker moest er zelf ook om lachen. Nadat we alles weer hadden teruggepropt in mijn tas, konden we onze weg vervolgen.
Daarna mochten we wachten in een lounge. Een fijne plek om nog even tot rust te komen voordat het echte avontuur begon. Uiteindelijk werden we, inclusief rolstoelservice, naar de gate gebracht.
We hadden vooraf onze stoelen gereserveerd en wat waren we daar blij mee. Ruime plekken, comfortabele stoelen en een goed vooruitzicht voor de vlucht van 7 uur en 40 minuten naar Abu Dhabi.
Vliegen blijft voor mij een dingetje. Vooral het opstijgen.
Dat moment waarop zo’n enorm gevaarte besluit dat natuurwetten slechts suggesties zijn.
Maar doordat het een groot vliegtuig was, viel het eigenlijk best mee.
Aan boord werden we bovendien goed verzorgd. Er kwam een constante stroom van eten voorbij waarvan ik inmiddels ben vergeten hoeveel maaltijden het precies waren. Op een gegeven moment begon ik te twijfelen of ik passagier was of deelnemer aan een meerdaagse eetwedstrijd.
Na het eten ging de stoel helemaal plat en lukte het zelfs om wat uit te rusten.
In Abu Dhabi begon een nieuw hoofdstuk van onze reis: de zoektocht naar assistentie.
Zoals vooraf geregeld, vroegen we bij aankomst om begeleiding. De reactie die we kregen was ongeveer alsof we hadden gevraagd waar de dichtstbijzijnde skibaan lag.
Blikken.
Veel blikken.
Verwarring.
Nog meer verwarring.
Het vliegveld van Abu Dhabi is niet bepaald een gezellig klein regionaal vliegveldje waar je even van gate A naar gate B wandelt. Gelukkig zijn wij niet op ons mondje gevallen. Met wat gebaren, aanwijzen en een gezonde dosis doorzettingsvermogen wisten we uiteindelijk een plekje te bemachtigen in een elektrisch karretje.
Assistentie zelf? Die bleef spoorloos.
Dat stuk vond ik eerlijk gezegd best pittig.
Gelukkig konden we opnieuw gebruikmaken van een lounge om even op adem te komen, ons op te frissen en weer iets te eten.
Niet veel later kreeg ik een sms dat het boarden begon.
Dat bleek overigens een vrij ruim begrip.
Na de melding hebben we namelijk nog een flinke tijd gewacht voordat we daadwerkelijk het vliegtuig in mochten.
Toch voelde ik me in Abu Dhabi verrassend rustig. Sterker nog: toen het vliegtuig eindelijk vertrok richting Sydney was ik vooral opgelucht.
Tot ik op het scherm keek.
“Vliegtijd: 14 uur en 5 minuten.”
Ik keek nog een keer.
En nog een keer.
In de stille hoop dat er ergens per ongeluk een cijfertje teveel stond.
Niet dus.
Veertien uur.
En vijf minuten.
Mijn moed zakte op dat moment eerlijk gezegd een beetje in mijn schoenen.
De eerste uren gingen nog best goed voorbij met een film, wat rustmomenten en zelfs een klein dutje.
Maar toen ik zag dat we nog ongeveer zeven uur moesten vliegen, kreeg ik het moeilijk.
Heel moeilijk.
Je hebt al een ziekte die je extreem uitgeput. Op sommige dagen kostte aankleden me al meer energie dan me lief was. En nu zat ik halverwege de andere kant van de wereld.
Ik heb een paar traantjes gelaten en gedacht wat ben ik eigenlijk aan het doen?!
Steeds bleef ik hetzelfde tegen mezelf zeggen:
“Het komt goed. Nog even volhouden.”
Uiteindelijk landden we in Sydney.
De gezagvoerder riep om dat passagiers met assistentie moesten blijven zitten.
Prima, dachten wij.
Dan komt het vast goed.
Nou…
Ook hier liet de assistentie behoorlijk op zich wachten.
De medewerkers leken niet echt te weten wat de bedoeling was, wat op dat moment niet bepaald een geruststellend gevoel gaf.
Gelukkig zagen we onze koffers over de bagageband voorbij komen. Die moesten we ophalen om opnieuw in te checken voor de laatste vlucht naar de Gold Coast.
Onze begeleider was helaas niet heel spraakzaam. Laten we zeggen dat een diepgaand gesprek over het leven, de wereld en de toekomst er niet in zat.
Maar eerlijk is eerlijk: op dat moment waren we vooral blij dat we nog een stap dichter bij onze eindbestemming waren.
En de Gold Coast?
Dat kwam eindelijk steeds meer in zicht.
Toen kwam het volgende avontuur.
In het vliegtuig hadden we een formulier gekregen waarop je moest aangeven of je bepaalde goederen bij je had. Braaf als ik ben had ik aangekruist: medicijnen én noten (lees: twee mueslirepen).
Eenmaal in Sydney moesten we eerst in de rij staan om het formulier te laten controleren en ons paspoort te laten zien. Gelukkig mochten we via de speciale assistentie-ingang, want wat was het daar druk.
Daarna mochten we aansluiten in… nog een rij.
Of eigenlijk niet, want ook hier mochten we voor. Dat voelt altijd een beetje ongemakkelijk. Je ziet tientallen mensen wachten en dan word je naar voren gewuifd. Aan de andere kant was ik inmiddels zo moe dat ik mezelf er redelijk snel overheen zette.
Bij de controle vroegen ze wat ik precies bij me had. Vervolgens moesten we weer ergens wachten terwijl speurhonden langs de mensen liepen. Australië neemt zijn regels serieus, dat was wel duidelijk.
Toen kregen we eindelijk groen licht.
Op naar de koffers.
En daar waren ze!
Na alle verhalen die je hoort over zoekgeraakte bagage waren we enorm opgelucht. We keken elkaar aan en zeiden nog:
“Zie je wel, dit is gewoon goed gekomen.”
“Het zou toch wel héél bijzonder zijn als het op die laatste vlucht nog misgaat.”
Spoiler alert: dat hadden we beter niet kunnen zeggen.
We checkten de koffers opnieuw in en gingen door de douane. Vervolgens gebeurde er iets opvallends.
Onze begeleider was verdwenen.
Gewoon… weg.
Alsof hij een sidequest had gekregen en nooit meer terugkwam.
Anja en ik keken elkaar aan.
“Oke.” “F*ck it.”
“We regelen het zelf wel.”
En dat deden we.
De laatste vlucht was in een gewoon vliegtuig. Helemaal prima natuurlijk, maar mentaal vond ik dit misschien wel het zwaarste stuk van de hele reis. Je bent al compleet gesloopt, hebt er meer dan twintig uur reizen op zitten, ziet de finish bijna voor je… maar je bent er nog nét niet.
Dat voelt een beetje alsof je een marathon hebt gelopen en iemand zegt dat je voor de zekerheid nog even een rondje door het dorp moet.
Bij het opstijgen had ik het trouwens weer moeilijk.
Dat blijft voor mij echt het minst leuke onderdeel van vliegen. Terwijl iedereen enthousiast uit het raam kijkt, zit ik vooral tegen mezelf te zeggen:
“Rustig blijven.”
“Ademen.”
“Niet denken.”
Gelukkig ging het goed en voor ik het wist daalden we af richting de Gold Coast.
Eindelijk.
De gouden kust!
Bij de bagageband stonden we eerst nog redelijk ontspannen te wachten.
Dat veranderde langzaam toen alle andere koffers wel van de band verdwenen en die van ons niet.
Geen één.
Geen twee.
Geen drie.
Geen vier.
Gewoon helemaal niks.
Na ruim dertig uur reizen hadden we officieel de Gold Coast bereikt. Onze koffers blijkbaar niet.
We liepen naar een balie waar iets met bagage op stond. De dame achter de balie keek vriendelijk, luisterde naar ons verhaal en zei vervolgens:
“Ik ben niet van deze maatschappij.”
Dat bleek nog maar het begin.
We moesten wachten op iemand van de betreffende luchtvaartmaatschappij. Uiteindelijk kwam er iemand die ons geruststelde.
“Don’t worry, they will be here soon.” Anja en ik keken elkaar aan.
Wij hadden inmiddels toch een iets ander gevoel bij de situatie.
Niet veel later kwam er een andere medewerker.
Zij zou het even navragen bij de mensen van de bagageafhandeling.
Misschien waren de koffers van de band gevallen.
Als we niet zo uitgeput waren geweest hadden we erom gelachen.
Vier koffers?
Van de band gevallen?
Alle vier?
Tegelijk?
Waar precies dan? In een greppel naast de landingsbaan?
Ondertussen herinnerde ik me dat ik tijdens het inchecken in Sydney iemand iets had horen zeggen over “next flight”. Het voelde alsof niemand precies wist waar onze koffers waren, maar iedereen wel een theorie had.
De onduidelijkheid werd er niet minder op.
Toen ging mijn telefoon, het was Darrel van het autoverhuurbedrijf, diegene die ons van het vliegveld kwam halen.
Gelukkig troffen we echt een schat van een vent.
Hij heeft ontzettend lang op ons staan wachten terwijl wij probeerden uit te zoeken waar onze halve inboedel was gebleven.
Vlak voor vertrek had ik thuis nog tegen Thijs gezegd:
“Zal ik voor de zekerheid een AirTag in de koffers doen?”
Ik ben blij dat ik naar mezelf heb geluisterd.
Dus terwijl de medewerkers verschillende theorieën bedachten over onze koffers, tenminste, ze zeiden niets dus bedacht ik dit zelf maar, liet ik gewoon op mijn telefoon zien waar ze zich bevonden.
Sydney.
Nog steeds.
Geen greppel.
Geen lopende band.
Gewoon Sydney.
We mochten onze gegevens achterlaten en zouden gebeld worden zodra de koffers waren gevonden. Ze zouden ze dan bij ons bezorgen.
Tijdens dit hele proces werd het personeel ook nog eens gewisseld.
De volgende medewerker straalde ongeveer evenveel enthousiasme uit als een natte vaatdoek.
Maar eerlijk is eerlijk: wij hadden er inmiddels ook geen zin meer in.
Na uren reizen, wachten, regelen en zoeken waren we er helemaal klaar mee.
Gelukkig nam Darrel ons mee richting het autoverhuur bedrijf.
En daarmee werd hij officieel de eerste Australiër die ons welkom heette aan de Gold Coast.
Onderweg maakten we een praatje en kregen we bij aankomst zelfs een lekker glas water.
Darrel had genoeg verhalen voor een complete podcastserie en kletste vrolijk verder terwijl wij probeerden wakker te blijven.
Daarna begon nog een spannend gedeelte van de hele reis.
Autorijden.
In Australië.
Aan de verkeerde kant van de weg.
Tenminste, zo voelde het.
Terwijl Anja reed, hoorde ik mezelf voortdurend hetzelfde zeggen als vroeger toen ik Lina leerde fietsen:
“Nu een grote bocht naar rechts.”
“Nu, een kleine bocht naar links.”
Misschien een beetje kinderachtig.
Maar verrassend effectief.
Gelukkig had ik een fantastische chauffeur naast me zitten en zijn we samen heelhuids op onze eindbestemming aangekomen.
Daar stond onze host Sarah ons al op te wachten.
En wat een fijn mens.
Alles wat we nodig konden hebben, had ze geregeld.
Op dat moment voelde dat als pure luxe.
Maar niets, echt helemaal niets, kon tippen aan wat ik daarna zag.
Een bed. Een heerlijk bed.
Na meer dan dertig uur onderweg te zijn geweest keek dat bed mij aan alsof het zei:
“Kom maar hier.”
En geloof me…
Ik heb het bed de uren daarna nauwelijks meer losgelaten.
En de koffers; die werden later die avond alsnog bezorgd.
Wat een opluchting..


Hey Sara en Anja,
Wat een reis hebben jullie al erop zitten en nu kan het echt beginnen! Mooi om jullie eerste ervaringen zo te lezen en dat autorijden komt wel goed met zo’n chauffeur en instructrice 😉
Succes met het herstellen van de reis en het aansterken voor de behandelingen.
Liefs, Peter